Training

  • Voorwaarts

    Mijn instructeur zei vroeger altijd (als ik met een rood hoofd van inspanning te paard zat) dat het paard de enige was die moe mocht worden tijdens het rijden. En eigenlijk is het ook heel simpel: jij geeft been en je paard reageert daar voorwaarts op. Jij maakt een ophouding en je paard komt daarop terug.

  • Wijken: de vergeten oefening

    Wijken is de eerste van alle zijgangen en is een gehoorzaamheidsoefening.. Het wijken is eigenlijk een voorbereiding op andere zijgangen waarbij lengtebuiging gevraagd zal worden. Het blijkt dat ruiters het wijken alleen maar oefenen omdat ze in de L proeven gevraagd worden. Vervolgens wordt deze oefening niet meer uitgevoerd. Jammer, want deze oefening helpt je om de nageeflijkheid van je paard te verbeteren en het losser in zijn lijf te maken en te houden!

  • Fit te paard

    Paardrijden is sport! Zowel voor de actieve wedstrijdruiter als voor de gepassioneerde recreatieruiter. Het begint al met het aan de hand begeleiden van het paard. Het gaat verder met het soepel opstijgen. En dan begint het rijden pas. En de beweging van talloze spieren.

  • Impuls

    Het streven in het rijden is ernaar de achterhand zo te activeren dat deze meer gewicht gaat dragen. Om dit voor elkaar te krijgen, moet het paard voldoende impuls hebben. Impuls is de drang van het paard naar voren, opgewekt en gecontroleerd door de ruiter. Je paard moet voorwaarts blijven denken, waardoor het meteen reactie geeft op een beenhulp.

  • Galop verbeteren

    Vrijwel iedereen die fanatiek aan het trainen is, wil zichzelf en zijn paard constant verbeteren. Er zijn veel onderdelen die verbeterd kunnen worden: de gangen, de aanleuning, het afwerken van de proeven, etc. Als klein onderdeeltje hiervan, belichten we de galop en geven we tips hoe je de kwaliteit van de galop kunt verhogen.

  • De training van een sportpaard

    Het rijden van succesvolle wedstrijden valt of staat met de voorbereiding ervan. Het paard moet ruim vantevoren netjes getraind worden en de combinatie moet datgene wat tijdens de wedstrijd gevraagd wordt goed kunnen uitvoeren.

  • De onafhankelijke zit

    Om goed te kunnen paardrijden, is een onafhankelijke zit erg belangrijk. Een ruiter die onafhankelijk zit, kan de (verwachte en onverwachte) bewegingen van het paard in balans volgen. Daarbij kan hij zijn ledematen onafhankelijk van elkaar en de romp gebruiken.

  • Springen: Een eerste basis

    Het succes in de springring hangt niet alleen af van de springaanleg van paard en ruiter, maar ook van de mate van africhting van het paard om controle en balans te houden tussen de hindernissen.

  • Voor het been zijn

    Ken je dat? Je geeft been en je paard reageert niet zoals jij wilt; hij reageert veel te traag of zwiept eens met zijn staart terwijl hij zijn tempo iets versnelt. Je paard is dan niet voor het been. Aan het eind van de training ben je zelf buiten adem en je paard staat er nog fit bij.

  • Springen: Balkenwerk

    Een jong paard dat voor het eerst onder de man gaat springen, moet eerst wennen aan balkjes.  Leg eerst eens een enkele balk op de grond en stap daar tijdens het uitstappen eens rustig overheen. Een keer erop kun je over twee, of later drie of vier balken stappen, eventueel achter een ander paard aan. Dit is puur om het paard aan balkjes te laten wennen. Als het in stap goed gaat, draaf je er rustig overheen. Na een paar trainingen zal het paard ontspannen, met het neusje naar beneden, over de balken draven.

  • Ophouding

    Een ophouding is de hulp aan het paard om aan te geven dat je iets wilt veranderen. Dit kan een overgang van draf naar stap zijn, maar ook een hulp om het paard even wat alerter te maken. Er zijn twee soorten ophouding: de hele ophouding en de halve ophouding.

  • Springen: Afstanden en afzet

    Veel beginnende springruiters komt dit bekend voor: moeite met inschatten van afstanden. Hoe vaak gebeurt het niet dat je op een hindernis af galoppeert en je net niet goed uitkomt voor de hindernis. De een zal veelal wel springen als hij net te ruim of te krap komt, maar ook een braverd moet je niet te vaak beledigen. De ander zal bij het verkeerd uitkomen voor de hindernis stoppen.

  • Dressuur: Skala der Ausbildung

    Voordat we met de praktijk beginnen, is een stukje theorie over dressuur rijden noodzakelijk. Of je nu via klassieke systemen rijdt, via de 'Hollandse School', of via wat voor systeem ook, een aantal basisonderdelen in de dressuur zijn van enorm groot belang om het paard goed voor elkaar te krijgen.

  • Dressuur: Losgelassenheit

    Losgelassenheit staat voor losheid, souplesse en ontspanning. Op elk moment van de training moet het mogelijk zijn direct terug te gaan naar de ontspanning, zowel lichamelijk als geestelijk. Alvorens het paard tijdens de training aan het werk te zetten, moet het eerst goed losgereden worden. Hierbij worden spieren, pezen, banden en gewrichten van het paard verwarmd en losgemaakt. Door de tijd te nemen goed los te rijden, verklein je het risico op blessures bij je paard.

  • Dressuur: Takt

    Het eerste begrip uit het eerder genoemde Skala der Ausbildung is het begrip "takt". De drie basisgangen waar het paard over beschikt zijn stap, draf en galop. Elk van deze gangen heeft een eigen takt. Takt is een eerste basisvoorwaarde voor het paardrijden.

 

 

Nu op de voorpagina

  • Nieuw artikel: Handigheidjes en tips
  • TV Vandaag: Endurance kampioenschappen (Polen)
Klik hier voor de voorpagina
Chat