Soepelheid van het paard

Soepelheid van het paard

Als we het hebben over souplesse, betekent dit dat je paard zijn hoofd, nek en heupen even makkelijk in beide richtingen kan draaien. 
Deze souplesse is de tweede stap van het Skala der Ausbildung – de zes belangrijkste stappen die de basis zouden moeten vormen van training voor elk paard. Maar hoe stimuleer je je paard om soepel, ontspannen en rond te blijven?

Net als mensen zijn paarden ook links- of rechts'handig'. Ze geven van nature meer de voorkeur aan de ene kant van hun lichaam dan aan de andere kant. Als je je hoofd draait om over je linkerschouder te kijken en dan hetzelfde doet over je rechterschouder, zul je waarschijnlijk merken dat het aan één van beide kanten gemakkelijker is. Als ruiters zijn we vaak stijf op plekken waar we niet eens weet van hebben en velen van ons zijn onbewust al jaren aan het compenseren. Paarden zijn precies hetzelfde, maar van hen verwachten we wel vaak dat ze in staat zijn om aan beide kanten een nette volte te lopen en dat ze hierbij de hele tijd in balans en ontspannen blijven.

Interessant is dat soepelheid nauw verbonden is met rechtheid. Een paard dat aan één kant stijf is, zal moeite hebben om in een volledig rechte lijn te lopen – waarschijnlijk maakt hij de ene kant van zijn lijf hol en de andere kant bol. Ook leunt hij lichtjes op de hand of het been. Zelfs als dit gebrek aan rechtheid heel subtiel is, zal het na verloop van tijd de spierontwikkeling en manier van lopen van het paard beïnvloeden.

Soepelheid en rechtgerichtheid geven je paard mee bewegingsvrijheid, zowel in een rechte lijn als in de meer gecompliceerde dressuuroefeningen. Om deze reden zou het bereiken van een ontspannen en soepel paard een prioriteit moeten zijn voor ruiters in alle disciplines.
 

Wat zijn de tekenen van een gebrek aan souplesse?

  • Een onwil om te buigen en zachter te worden aan één teugel, scheefheid in elk tempo sneller dan stap.
  • Weerstand tegen dressuurtraining in het algemeen, het contact verbreken of weerstand bieden aan de hulpen van de ruiter.
  • Recht op de volte lopen tijdens het longeren.
  • Het rijden van een oefening (zelfs een simpele als een verhoogde drafbalk) is veel gemakkelijker op de ene hand dan op de andere.


Oefening 1: Wijken op een cirkel

  1. Als je eenmaal opgewarmd bent, begin je met een cirkel van 20 meter in stap of draf.
  2. Wanneer je een goed ritme bereikt hebt, verklein je de cirkel tot 10 meter, en vergroot je de omvang weer tot 20 meter door naar buiten te wijken.
  3. Terwijl je dit doet, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat je paard voorwaarts en zijwaarts beweegt, met een zachte buiging weg van de richting waarin ze rijden.
  4. Vergeet niet evenveel op beide handen te rijden. Je zult waarschijnlijk merken dat je paard aan één kant meer worstelt, maar het is belangrijk om op beide handen evenveel te oefenen.

De volgende stap: Als je in een bak rijdt, kun je goed gebruik maken van de hoeken door in elke hoek een volte van 10 meter te rijden. Dit is een goede controle van souplesse en goede stelling en buiging in de bochten.


Oefening 2: Wijken op de lange zijde
Tijdens het trainen is het beter om tijdens het wijken het lichaam van je paard volledig recht en evenwijdig aan de lange zijde te houden, in plaats van met een lichte buiging (wat nodig zou zijn voor een dressuurproef). Dit komt omdat het heel gemakkelijk is om te veel binnenteugel te gebruiken en te vergeten dat je buitenteugel degene is die de schouders van je paard begrenst.

  1. Rijd over de hoefslag
  2. Wend een paar meter voorbij A of C af en wijk naar de hoefslag
  3. Wend af op de middellijn en wijk naar de hoefslag
  4. Wijk vanaf de hoefslag richting het midden

De volgende stap: ontwikkel de oefening verder door te wijken vanaf de ene hoek naar de tegenoverliggende hoek. Je kunt ook voltes van 10 meter maken aan het begin, midden en einde van elke oefening om te controleren of je paard goed gebogen en soepel blijft.

Ook interessant

  • Beoordeling BB en B springen

    Hoe zat het ook alweer? Beoordeling springen B/BB.

    In basis is het eenvoudig: Balkje eraf = 4 strafpunten. Maar bij het BB- en B springen word je beoordeeld op stijl en zijn je winstpunten hiervan afhankelijk. Hoe gaat dat ook alweer in zijn werk?

  • Paard van Troje

    Paard van Troje

    Het Grieks mythologische verhaal over het paard van Troje dat hielp bij de overwinning van de Grieken op Troje.

  • Als je haast hebt...

    Sta je op tijd, dan weet je paard dat altijd.

    Als je haast hebt, heeft je paard dat niet.

  • Kijk! Een ballon!

    Kijk! Een ballon!

    Opa Geert staat samen met zijn kleinzoon Bram naar de paarden in het land te kijken. Dolenthousiast roept Bram ineens: 'kijk opa, een ballon!' En inderdaad uit de verte komt een knalgele heteluchtballon de kant van opa Geert en kleine Bram op.

  • Wedstrijdspanning onder controle

    Wedstrijdspanning onder controle

    Rijd jij wedstrijden? Dan ken jij vast het gevoel van wedstrijdspanning. We onderscheiden een aantal vormen van spanning. Hoe kun je de spanning onder controle houden?

Nu op de voorpagina

  • Nieuw artikel: Weidegang: hier moet je om denken
Klik hier voor de voorpagina
Chat