Dressuur: Skala der Ausbildung

Dressuur: Skala der Ausbildung

Voordat we met de praktijk beginnen, is een stukje theorie over dressuur rijden noodzakelijk. Of je nu via klassieke systemen rijdt, via de 'Hollandse School', of via wat voor systeem ook, een aantal basisonderdelen in de dressuur zijn van enorm groot belang om het paard goed voor elkaar te krijgen.

In de Duitse rijkunstige theorie worden drie stadia in de scholing van het paard beschreven, namelijk de gewenningsfase, het horizontaal evenwicht en de verplaatsing van het evenwicht op de achterhand.

Deze drie fasen zijn te bereiken door te voldoen aan zes onderdelen: takt, losgelassenheit, aanleuning, schwung, rechtrichten en verzameling.

Hiermee wordt het hoofddoel: volledige Durchlässigkeit verkrijgen. Durchlässigkeit is een moeilijk te vertalen Duitse rijkunstige term, die zo ongeveer volledige souplesse en het steeds volkomen doorkomen van alle hulpen betekent.

1e fase
De gewenningsfase is de fase waarin een jong paard moet leren wennen aan het ruitergewicht op zijn rug en daarin zijn balans moet zien te vinden. In deze eerste fase ligt de nadruk op takt en losgelassenheit.

  • Takt: het eigen zuivere ritme van de beweging. Tijdens het rijden, in welke gang dan ook, moet het paard in een taktmatige beweging lopen (je kunt meetellen).
  • Losgelassenheit: losheit, souplesse en ontspanning. Een paard kan alleen in zuivere takt gaan, als de rug veert en de spieren van de hals en rug zich zonder dwang aanspannen en ontspannen. Bij een ontspannen gaand paard buigen en strekken de gewrichten zich gelijkmatig en ziet het paard er tevreden uit.

2e fase
In de tweede fase van de scholing heeft het paard al een horizontaal evenwicht onder de ruiter bereikt en wordt het achterbeengebruik gestimuleerd en het horizontale evenwicht nog meer bevestigd. Aanleuning en takt staan in deze fase centraal (zonder de twee voorgaande onderdelen uit het oog te verliezen!).

  • Aanleuning: de verende verbinding tussen de hand van de ruiter en de mond van het paard, die opgezocht wordt door het paard. Hierbij wordt door de ruiter hand, been en zit gebruikt.
  • Schwung: het doorgaan van de energieke impuls van de achterhand naar de totale voorwaartse beweging van het paard. Hierbij tilt het paard de benen energiek op en swingt hij in het zweefmoment goed met zijn ledematen naar voren. De ruiter begint met impuls te rijden: de door de ruiter opgewekte en volkomen beheerste voorwaartse drang. Het echte mooie losse en swingende bewegen door het lijf ontwikkelt zich uit deze impuls. Schwung wordt bereikt door het activeren van het achterbeen. Een ruiter activeert de achterbenen door het rijden van veel korte tempowisselingen en overgangen.

3e fase
In de moeilijkste fase, de derde fase, moet de draagkracht worden ontwikkeld. Hierbij moet het paard zijn evenwicht verplaatsen naar de achterhand. Rechtrichten en verzamelen zijn hierbij de kernbegrippen. Uiteraard zijn de voorgaande vier onderdelen nog altijd even belangrijk!

  • Rechtrichten: de voorhand wordt telkens voor de achterhand geplaatst. Rechtrichten is een essentiële voorwaarde voor verzameling. Een paard is van nature niet recht. Deze natuurlijke scheefheid moet door de ruiter gecorrigeerd worden. De bewegingsimpuls van het paard moet altijd vanuit de achterhand komen. Een rechtgericht paard is recht op een rechte lijn en zoveel gebogen op een gebogen lijn als die lijn van hem vraagt.
  • Verzameling: dragen van meer gewicht op de achterhand. Beide achterbenen worden gelijkmatig in de richting van het zwaartepunt van het paard opgetild en weer neergezet. Doro de toenemende kracht van het paard kan hij zich meer gaan buigen in de gewrichten van zijn achterhand. De croupe van de achterhand daalt hierdoor iets waarbij de oprichting in de voorhand tegelijkertijd iets toeneemt. De drafpassen of galopsprongen worden door het toegenomen buigen en strekken van de gewrichten van de achterhand meer verheven.

Ook interessant

  • Kijk! Een ballon!

    Kijk! Een ballon!

    Opa Geert staat samen met zijn kleinzoon Bram naar de paarden in het land te kijken. Dolenthousiast roept Bram ineens: 'kijk opa, een ballon!' En inderdaad uit de verte komt een knalgele heteluchtballon de kant van opa Geert en kleine Bram op.

  • Verandering per klasse per 1 april 2016

    Verandering per klasse per 1 april 2016

    Voor de klasse B en L zijn de proeven korter geworden en er zijn minder overgangen in de proeven. Met als gevolg dat de proeven vloeiender worden. In de klasse B zal alleen nog maar lichtrijden gevraagd worden. Dit is om het paard niet onbedoeld te storen. Verder zal de middenstap, middendraf en middengalop niet meer in de L1 gevraagd worden, maar pas in de klasse L2. In de klasse L1 & L2 mag de ruiter of amazone zelf per onderdeel kiezen tussen doorzitten of lichtrijden. Zo mag je dus de hele proef doorzitten of lichtrijden.

  • Zoeken

    Zoeken

  • Boekbespreking: Je paard succesvol trainen

    Boekbespreking: Je paard succesvol trainen

    Uitleg en mening over het boek "Je paard succesvol trainen".

  • Motivatie is alles

    Motivatie is alles

    Zonder motivatie geen prestatie. Maar wat is motivatie nu eigenlijk? En hoe werkt dat?
    Bij sommige mensen lijkt het alsof hun goede resultaten komen aanwaaien. Maar ook deze mensen zijn gemotiveerd. Vanuit zichzelf of vanuit het vooruitzicht van een bepaalde beloning. Zonder motivatie kom je niet ver.

Nu op de voorpagina

  • Nieuw artikel: Juridisch: Paard op de hobbel!
Klik hier voor de voorpagina
Chat