
Veel ruiters kennen het concept 'lang en laag', maar vaak wordt dit verkeerd begrepen. Laten we deze manier van rijden nog eens aandachtig bekijken:

Het eerste begrip uit het eerder genoemde Skala der Ausbildung is het begrip "takt". De drie basisgangen waar het paard over beschikt zijn stap, draf en galop. Elk van deze gangen heeft een eigen takt. Takt is een eerste basisvoorwaarde voor het paardrijden.
Maak je paard recht in zijn lijf door middel van contragalop.
Tijdens dressuurproeven worden diverse rijbaanfiguren gereden. Deze figuren hebben onder andere tot doel het soepel maken van het paard.

Sap, honing, wijn, kaas of leuke pakketten: kwaliteit van Drentse herkomst. Bestel eenvoudig via onze webshop!

#1
Laag tempo en rond rijden. Buitenteugel en binnen been. Als het paard nageeft en loslaat geef je ook ruimte in te buitenteugel.
Laag en lang schiet je niks mee op omdat het paard dan zonder rug loopt en niks met zijn buikspieren doet.
#1
Wanneer je het paard actief (dus niet versnellend) lang en laag rijdt, stretch je zijn bovenlijn. Op de rechte lijnen heb ik mijn paard tussen beide teugels, dus niet alleen buitenteugel en binnenbeen. In de bochten begrens ik de schouder met mijn buitenteugel.
#1
Paard doet niks als hij lang en laag loopt. Juist door hem rond te rijden en actief, strecht je zijn bovenlijn. En krijg je juist ruggebruik en spierontwikkeling