Wedstrijdspanning onder controle

Wedstrijdspanning onder controle

Rijd jij (dressuur)wedstrijden? Dan ken jij vast het gevoel van wedstrijdspanning. We onderscheiden een aantal vormen van spanning. In welke spanningsfase zit jij?

  1. Geen of te weinig spanning
    Wanneer je (vrijwel) geen spanning voelt bij het rijden van wedstrijden, is het moeilijk je voldoende te concentreren en te focussen op je proef. Voor buitenstaanders ziet het er ongeïnteresseerd uit.
  2. Voldoende spanning
    Je kunt je goed concentreren in de proef en bent gefocussed. Deze spanningsfase is het beste voor het rijden van een proef. Je bent alert en kunt je goed op de afzonderlijke onderdelen richten zonder dat je te nerveus bent om te kunnen presteren.
  3. Teveel spanning
    Als je te gespannen bent, functioneer je niet meer zoals zou moeten. Je spant je spieren teveel aan, rijdt anders dan thuis en piekert teveel.

Het eerste punt, te weinig spanning, kun je ombuigen naar een gezonde wedstrijdspanning door voor je wedstrijd even een momentje voor jezelf te pakken. Rijd in gedachten je gehele proef door en houd in gedachten waar de lastige stukjes zitten. Probeer in gedachten jezelf te zien rijden.
Tijdens het losrijden maak je je paard goed scherp voor je been door o.a. het rijden van tempowisselingen en overgangen.

Het derde punt, teveel spanning, zorgt ervoor dat je resultaten in de ring een stuk minder zijn dan dat jullie als combinatie kunnen behalen.
Hoe kun je hieraan werken?

  • De eerste tip om te voorkomen dat je te gespannen bent, is een goede voorbereiding. Rijd je proef meerdere keren in de weken voor je wedstrijd, helemaal of een aantal onderdelen achter elkaar. Zo ken je de proef en weet je wat er komt.
    Regel ruim voor de wedstrijd een groom die je kan helpen tijdens je wedstrijd. 
    Neem de tijd om je spullen en je paard schoon en netjes te maken. 
     
  • De tweede tip is je eigen mindset tijdens de wedstrijd. Voorkom disfunctionele gedachten: probeer tijdens het rijden alleen te denken aan dingen waar je zelf invloed op uit kan oefenen. Rijdt er iemand op een supermooi, geweldig bewegend paard? Daar kun jij niks aan veranderen, dus daar hoef je geen rekening mee te houden.
    Focus op jezelf en je paard en houd je aandacht bij je eigen manier van rijden.
    Denk aan wat je wilt dat er gebeurt, niet aan de dingen waarvan je liever niet wilt dat ze gebeuren.
    Zoek controlemomenten op waarbij je even controleert of je licht bent in je hand, of je je been er netjes aan hebt en of je goed zit.
     
  • Tip drie: stel doelen. Wat is voor jou je reden dat wedstrijden rijdt? Waar wil jij over een jaar staan? En wat wil je uiteindelijk bereiken?
    Deze grote doelen ga je in kleine stukjes hakken. Wat wil je de komende wedstrijd bereiken? Zorg ervoor dat dit doel realistisch is en dat je er zelf invloed op hebt. 
    Eerste worden of een winstpunt rijden zijn doelen die je niet helemaal zelf in de hand hebt, omdat je daarbij te maken hebt met andere ruiters en de mening van de jury.
    Een beter doel zou zijn: de voltes netjes rond rijden en goed de hoeken doorrijden.
    Deze doelen geven je een goede focus waar je je per wedstrijd op kunt richten, waardoor andere dingen die minder goed gaan niet zo erg zijn.

En zeg nou eerlijk, je paard gaat toch gewoon weer mee naar huis als het niet goed gaat?

Ook interessant

Reacties

Reageren

Je mag nog 500 tekens gebruiken.

Er zijn nog geen reacties.

Nu op de voorpagina

  • Nieuw artikel: Artrose bij paarden: still a happy athlete?
Klik hier voor de voorpagina
Chat